Zelfborende schroeven hebben een boorpunt die zelf een gat maakt, waarna de schroefdraad zich vastzet in het materiaal. Je gebruikt ze vooral om metalen platen en profielen te bevestigen. Voorboren is daarbij meestal niet nodig, zolang het metaal binnen de boorcapaciteit van de schroef valt.
De juiste schroef hangt onder meer af van de dikte van het metaal, de gewenste kop en de plek waar je de bevestiging maakt. Een boorpunt die te klein is voor het materiaal, komt er niet goed doorheen.
Hoe werken zelfborende schroeven?
De punt van een zelfborende schroef lijkt op een klein metaalboortje. Tijdens het indraaien maakt die punt een gat. Daarna grijpt de schroefdraad in het metaal en trekt de schroef de delen tegen elkaar aan.
Dat scheelt een aparte boorhandeling. Je hoeft ook geen boortje te kiezen dat precies bij de schroef past. Wel moet de boorpunt geschikt zijn voor de dikte en het soort metaal. Zelfborend betekent dus niet dat elke schroef door elke metalen ondergrond komt.
Verschil tussen zelfborend en zelftappend
Een zelftappende schroef vormt of snijdt zijn eigen schroefdraad in het materiaal. Een zelfborende schroef doet dat ook, maar heeft daarnaast een boorpunt die eerst zelf het gat maakt.
De namen worden in winkels soms door elkaar gebruikt. Kijk daarom naar de punt en de productomschrijving. Zie je een punt die op een boortje lijkt, dan gaat het om een zelfborende uitvoering. Een zelftapper zonder boorpunt heeft in metaal meestal een voorgeboord gat nodig.
De juiste maat en boorcapaciteit kiezen
De maat van een schroef bestaat uit de diameter en de lengte. Bij een maat als 4,2 x 9,5 mm is de schroef 4,2 mm dik en 9,5 mm lang. Die maat zegt op zichzelf niet door hoeveel metaal de punt kan boren: daarvoor heb je ook de opgegeven boorcapaciteit nodig.
Tel de dikte van de metalen lagen die de punt moet doorboren bij elkaar op. Die totale dikte moet binnen het boorbereik van de schroef vallen. Let ook op het materiaal waarvoor de schroef bedoeld is, bijvoorbeeld staal of aluminium.
De schroef moet lang genoeg zijn om door de te bevestigen delen te komen en met voldoende schroefdraad in de ondergrond te grijpen. De boorpunt moet door het metaal heen kunnen voordat de schroefdraad begint vast te pakken. Bij een te korte schroef lukt dat niet goed.
Een langere schroef is niet automatisch sterker. Steekt de punt aan de achterkant uit, dan kan die in de weg zitten of een scherpe rand vormen. Kijk dus ook hoeveel ruimte er achter de verbinding is.
Welke kop past bij de bevestiging?
De kop bepaalt hoe de schroef op het materiaal rust en welk bit of welke dop je nodig hebt. Zelfborende schroeven zijn onder meer verkrijgbaar met deze koppen:
- Bolkop: een afgeronde kop die zichtbaar op het materiaal blijft liggen.
- Vlakkop: een kop voor een minder uitstekende afwerking, mits het materiaal en de schroef daarvoor geschikt zijn.
- Flenskop: een kop met een brede rand die de druk over een groter oppervlak verdeelt.
- Zeskantkop: een kop die je met een passende dop indraait.
- Kop met afdichtring: een uitvoering waarbij de ring rond het schroefgat kan afdichten, bijvoorbeeld bij een toepassing die aan regen wordt blootgesteld.
Een afdichtring werkt alleen goed als de schroef recht zit en de ring gelijkmatig wordt aangedrukt. Draai je te ver door, dan kan de ring beschadigen. Een brede kop of ring betekent op zichzelf niet dat de verbinding ook geschikt is voor een zware belasting.
Verzinkt of RVS?
Zelfborende schroeven zijn verkrijgbaar in verschillende materialen en afwerkingen. Verzinkt staal heeft een beschermende zinklaag en is een gebruikelijke keuze voor verbindingen die niet voortdurend aan vocht worden blootgesteld. Raakt de laag beschadigd of blijft de bevestiging nat, dan neemt de kans op roest toe.
RVS is beter bestand tegen roest, maar ook daarbij verschillen de eigenschappen per uitvoering. Niet iedere RVS-schroef heeft een boorpunt die geschikt is voor dezelfde metalen of diktes. Stem de keuze af op de omgeving én de opgegeven boorcapaciteit. Zwarte of gekleurde schroeven zijn ook verkrijgbaar, maar de kleur alleen zegt niets over de bescherming tegen roest.
Zelfborende schroeven indraaien
Met een accuschroefmachine en een passend bit of een passende dop kun je de schroef plaatsen. Zo pak je het aan:
- Leg de delen op hun plek en zet ze zo nodig vast met een klem, zodat ze tijdens het boren niet verschuiven.
- Zet de boorpunt op de gewenste plek en houd de machine recht op het oppervlak.
- Laat de punt met gelijkmatige druk door het materiaal boren. Druk niet zo hard dat de punt wegglijdt of de schroef scheef gaat.
- Laat de schroefdraad aangrijpen en draai door totdat de kop goed aansluit.
- Stop zodra de delen vastzitten. Te ver doordraaien kan de schroefdraad in het metaal beschadigen, waardoor de schroef minder goed houdt.
Draag een veiligheidsbril: bij het boren kunnen kleine metaalsplinters vrijkomen. Verwijder losse splinters na afloop voorzichtig en niet met je blote hand.
Veelgestelde vragen
Waarom zou je een zelfborende schroef gebruiken?
Je maakt het gat en de bevestiging met dezelfde schroef. Dat is handig als je meerdere metalen platen of profielen moet vastzetten. Het voordeel geldt alleen als de punt geschikt is voor de dikte en het materiaal.
Moet je een zelfborende schroef ooit voorboren?
Binnen het opgegeven boorbereik is dat niet nodig. Komt de punt niet door de ondergrond, dan kan de schroef ongeschikt zijn voor die klus. Een schroef met een passende boorcapaciteit is dan een betere keuze dan blijven doordrukken.
Hoeveel gewicht kan een zelfborende schroef dragen?
Daar is geen vast aantal kilo’s voor te geven. De draagkracht hangt onder meer af van de schroef, de dikte en sterkte van het metaal en de richting waarin de verbinding wordt belast. Gebruik voor een zwaar belaste bevestiging schroeven waarvan de draagkracht voor die toepassing is opgegeven.
Een goed passende boorpunt, voldoende lengte en een kop die aansluit op het materiaal maken samen het verschil tussen een snelle bevestiging en een schroef die niet goed vastpakt.