Een kamerplant die tegen tocht kan, is de aspidistra, ook wel kwartjesplant genoemd. Ook de graslelie en vingerplant kunnen een plek met af en toe wat luchtbeweging verdragen. Zet ze wel uit de directe koude luchtstroom: geen enkele kamerplant is blij met langdurige, ijskoude tocht.
Een kamerplant die tegen tocht kan kiezen
Hoeveel tocht een plant verdraagt, hangt vooral af van de temperatuur en de duur. Een raam dat kort openstaat bij zacht weer is iets anders dan een plant die de hele winter naast een kier in het raam staat. Deze planten zijn voor een plek met lichte tocht het proberen waard:
- Aspidistra (kwartjesplant): een sterke plant met lange, donkergroene bladeren. Hij kan goed omgaan met een wat koelere plek en heeft geen fel zonlicht nodig. Daardoor is hij geschikt voor een lichte hal of een plek naast het raam.
- Chlorophytum (graslelie): deze plant kan tegen wisselende omstandigheden en doet het zowel licht als wat meer in de schaduw. Zet hem niet pal in de felle zon. Bij een raam dat af en toe opengaat, staat hij liever naast dan recht onder de opening.
- Fatsia japonica (vingerplant): deze plant met grote, ingesneden bladeren houdt van een lichte tot halfschaduwrijke en niet te warme plek. Een koele kamer past vaak goed, maar voorkom dat de bladeren tegen een koud raam hangen.
De sanseveria is ook sterk en kan goed tegen droge lucht. Toch is hij minder geschikt als de tocht erg koud wordt. Droge verwarmingslucht verdragen is namelijk niet hetzelfde als koude lucht verdragen.
Waar zet je de plant bij een tochtig raam?
Kies een plek waar de plant wel daglicht krijgt, maar niet rechtstreeks in de luchtstroom staat. Naast het raam of iets verder de kamer in is vaak beter dan precies voor een kier. Voel met je hand waar de koude lucht langs komt en zet de pot daarbuiten.
Staat je plant op de vensterbank, laat de bladeren dan vrij van het glas. Vooral in koude nachten kan het raam zelf erg koud zijn. Een pot op een koude stenen vensterbank kun je op een houten plankje of onderzetter zetten, zodat de pot minder direct contact maakt met de koude ondergrond.
Gaat het raam op een koude dag open om te luchten? Zet de plant tijdelijk wat verder weg als de buitenlucht er rechtstreeks op blaast. Daarna kan hij terug naar zijn lichte plek.
Zo herken je dat tocht te veel wordt
Een plant die last heeft van kou of tocht kan slappe bladeren, bruine bladranden of bladval krijgen. Die klachten kunnen ook andere oorzaken hebben, zoals te veel of te weinig water. Verplaats de plant daarom eerst naar een plek met een gelijkmatigere temperatuur en voel aan de potgrond voordat je extra water geeft.
Blijft de grond lang nat, geef dan minder vaak water. In een koelere kamer gebruikt een plant meestal minder vocht. Een pot met afwateringsgaten helpt voorkomen dat overtollig water bij de wortels blijft staan.
Voor een raam dat regelmatig opengaat, is de kwartjesplant een praktische eerste keuze. Geef ook deze sterke kamerplant een plek buiten de directe koude luchtstroom.