Golfplaat schroeven bevestigen een golfplaat aan een houten of stalen onderconstructie. Ze hebben meestal een afdichtring die helpt voorkomen dat water langs de schroef naar binnen loopt. Welke schroef je nodig hebt, hangt af van het materiaal van de plaat, de onderconstructie en de hoogte van de golf.
Een gewone schroef is niet altijd geschikt. Zonder passende afdichting kan een bevestigingspunt gaan lekken. Ook kan een plaat scheuren als de schroef te strak zit of als er te weinig ruimte is om te werken.
Welke golfplaat schroeven heb je nodig?
Begin bij de combinatie van plaat en onderconstructie. Een schroef die grip heeft in hout is niet vanzelf geschikt voor staal. Ook verschilt de bevestiging per soort golfplaat.
- Stalen golfplaat op hout: gebruik een bevestigingsschroef die geschikt is voor hout, met een afdichtring. Voor sommige stalen platen wordt bijvoorbeeld een RVS-schroef van 4,8 x 35 mm gebruikt.
- Stalen golfplaat op staal: kies een schroef met een boorpunt die geschikt is voor de dikte van het staal. Niet iedere boorpunt komt door een dik stalen profiel heen.
- Vezelcement golfplaat: gebruik golfplaatschroeven of golfplaatbouten die voor vezelcement bedoeld zijn. Sommige hebben vleugels die ruimte rond de schroef maken.
- Polycarbonaat lichtplaat: kies bevestiging die geschikt is voor kunststof en ruimte laat voor uitzetten en krimpen. Sommige golfplaatschroeven zijn zowel voor vezelcement als voor polycarbonaat geschikt.
- Bitumen golfplaat: gebruik het bevestigingsmateriaal dat bij het plaatsysteem hoort. Dat kunnen speciale spijkers met een afdichtende kop zijn, maar ook geschikte schroeven.
De voorbeelden van schroefmaten zijn geen vaste maat voor iedere plaat. De golfhoogte, de plaats van de schroef en de onderconstructie bepalen samen welke lengte past.
De juiste lengte en voldoende grip
Een golfplaatschroef moet lang genoeg zijn om door de plaat heen stevig in de onderconstructie vast te zitten. Komt de schroef op de hoge kant van de golf, dan is vaak een langere uitvoering nodig dan bij bevestiging in het lage deel.
Voor vezelcement zijn bijvoorbeeld schroeven van 6,5 x 130 mm verkrijgbaar voor montage op houten balken. Die lengte is niet automatisch geschikt voor elke golfplaat. Een te korte schroef krijgt mogelijk te weinig grip. Een onnodig lange schroef kan aan de achterkant uitsteken of verkeerd uitkomen.
Bij een stalen onderconstructie telt ook de dikte van het staal mee. Een boorpunt die voor dun plaatstaal is gemaakt, is niet zonder meer geschikt voor een dikker profiel.
Zo werken de afdichtring en eventuele afstandhouders
Onder de kop van een golfplaatschroef zit vaak een EPDM-ring. Dat is een rubberen ring die rond het schroefgat aansluit en zo helpt tegen lekkage. RVS-schroeven met zo’n ring zijn geschikt voor gebruik buiten. Er bestaan ook schroeven met een kleurkop, zodat de kop minder opvalt op een gekleurde plaat.
Draai de schroef recht in en stop zodra de ring rondom goed aansluit. De ring mag licht worden ingedrukt, maar niet sterk uitpuilen. Draai je te ver door, dan kan de afdichting beschadigen of kan de plaat scheuren. Zit de schroef te los, dan kan water onder de ring komen.
Bij sommige platen horen afstandhouders of profielstukken onder de golf. Die ondersteunen de plaat bij het bevestigingspunt en verkleinen de kans dat je de golf indrukt. Gebruik ze als ze bij het gekozen plaatsysteem horen.
Golfplaat schroeven aanbrengen
Leg de plaat op de juiste plek en zet de bevestigingspunten af op de onderliggende balken of profielen. Gebruik het bevestigingspatroon en de eventuele afstandhouders uit de montagehandleiding van de plaat. Zo weet je ook of de schroeven op de hoge of lage kant van de golf komen.
Maak daarna de gaten als dat voor de combinatie van plaat en schroef nodig is. Sommige golfplaatschroeven hebben een boorpunt en kunnen zonder apart voorboren worden aangebracht. Bij andere bevestigingen moet je eerst boren. Een zelfborende punt betekent dus niet dat iedere soort plaat zonder meer rechtstreeks mag worden vastgeschroefd.
Schroef vervolgens op lage snelheid en laat de schroef het werk doen. Houd de machine recht boven het bevestigingspunt en draai niet door zodra de afdichtring aansluit. Zo voorkom je dat je de plaat onnodig onder spanning zet.
Hoeveel schroeven per golfplaat?
Er is geen vast aantal dat voor alle golfplaten geldt. Het aantal hangt onder meer af van de lengte van de plaat, de afstand tussen de steunpunten en het voorgeschreven patroon. Bij een dak speelt ook de windbelasting een rol. Aan de rand van een dak kunnen daarom meer bevestigingen nodig zijn dan in het midden.
Tel de bevestigingspunten in het patroon van jouw plaat en vermenigvuldig die met het aantal platen. Neem wat extra schroeven mee voor beschadigde of zoekgeraakte exemplaren. Meer schroeven plaatsen dan voorgeschreven is niet vanzelf beter: elk extra gat moet goed afdichten en kan de plaat onnodig vastzetten.
Veelgestelde vragen over golfplaat schroeven
Waar schroef je een golfplaat vast?
Je schroeft de plaat vast op de plekken waar er een balk of profiel onder ligt. Of de schroef op de hoge of lage kant van de golf komt, verschilt per plaat en plaatsysteem. Kies die plek niet op gevoel: een verkeerde positie kan lekkage of vervorming veroorzaken.
Moet je bitumen golfplaten spijkeren of schroeven?
Beide komen voor. Er zijn bijvoorbeeld speciale spijkers voor bitumen golfplaten op hout. Gebruik geen willekeurige spijker of schroef, maar een bevestiging met de afdichting die bij de plaat past.
Kun je een golfplaat opnieuw vastschroeven?
Een losse schroef kun je soms vervangen door een passende nieuwe bevestiging met een goede afdichtring. Is het gat uitgescheurd, de plaat gebarsten of het hout eronder aangetast, dan lost alleen een nieuwe schroef het probleem mogelijk niet op. Werk niet in een oude plaat die mogelijk asbest bevat.
Leg bij het kopen het type plaat, de onderconstructie en de benodigde schroeflengte naast elkaar. Met een passende afdichtring en de juiste hoeveelheid druk blijft het bevestigingspunt netjes gesloten.