Met deze bouwtekening voor een wormenhotel maak je een stapelsysteem van drie ondoorzichtige bakken en een deksel. De bovenste twee bakken krijgen gaten voor de wormen en de afvoer van vocht. De onderste bak blijft dicht en vangt overtollig vocht op.
Je hebt geen vaste buitenmaten nodig. Kies bakken die stevig op elkaar passen en voldoende ruimte bieden voor een laag bedding. Bakken van ongeveer 40 bij 30 centimeter en 15 centimeter hoog zijn een bruikbaar uitgangspunt.
Bouwtekening wormenhotel: zo stapel je de bakken
De tekening hieronder laat zien welke functie elke laag krijgt. De bovenste werkbak voeg je pas toe wanneer de middelste bak grotendeels gevuld is.
| Onderdeel | Functie | Bewerking |
|---|---|---|
| Deksel | Houdt licht en regen buiten | Gebruik een passend deksel |
| Bovenste bak | Nieuwe werkbak voor bedding en voedsel | Gaten in de bodem en ventilatiegaten aan de zijkant |
| Middelste bak | Eerste werkbak voor compostwormen | Gaten in de bodem en ventilatiegaten aan de zijkant |
| Onderste bak | Vangt overtollig vocht op | Bodem zonder gaten |
De bakken moeten niet alleen op elkaar passen: de bodem van de bovenste werkbak moet ook contact kunnen maken met de inhoud van de bak eronder. Zo kunnen de wormen door de gaten omhoog kruipen. Is de ruimte tussen de bakken te groot, vul de onderste werkbak dan verder aan met bedding.
Dit heb je nodig
- Drie stevige, ondoorzichtige stapelbakken en een passend deksel.
- Een boormachine met een boor van ongeveer 10 millimeter voor de bodems.
- Een kleinere boor voor ventilatiegaten en fijn gaas om die gaten af te dekken.
- Onbedrukt karton, oude compost en compostwormen.
- Een stukje ruw hout als loopplankje in de opvangbak.
Ondoorzichtige bakken houden het licht buiten. Gebruik je oude bakken, maak ze dan eerst goed schoon en gebruik geen bakken waarin schadelijke stoffen hebben gezeten.
Zo maak je de stapelbakken
- Boor de bodems. Maak verspreid over de bodem van twee bakken gaten van ongeveer 10 millimeter. Hierdoor kunnen wormen tussen de werkbakken bewegen en kan vocht naar beneden lopen. Laat de bodem van de derde bak dicht.
- Maak ventilatiegaten. Boor kleine gaten hoog in de zijkanten van de twee werkbakken, boven het niveau van de bedding. Dek ze aan de binnenkant af met fijn gaas, zodat fruitvliegjes minder makkelijk naar binnen komen.
- Plaats de opvangbak. Zet de dichte bak onderop. Leg er een schuin loopplankje in dat tot aan de werkbak erboven reikt. Wormen die naar beneden vallen, kunnen zo terug omhoog kruipen.
- Vul de eerste werkbak. Zet een bak met gaten op de opvangbak. Vul hem met vochtig, versnipperd karton en wat oude compost. De bedding moet aanvoelen als een uitgeknepen spons, niet druipnat zijn.
- Voeg de wormen toe. Zet compostwormen op de bedding en geef een kleine hoeveelheid fijngesneden, ongekookt groente- en fruitafval. Leg het deksel op de werkbak.
- Plaats later de bovenste bak. Is de eerste werkbak grotendeels gevuld, zet dan de tweede bak met gaten erop. Leg daarin vochtige bedding en wat voedsel. Zorg dat de inhoud van de onderste werkbak de bodem van de nieuwe bak raakt.
Waar plaats je het zelfgemaakte wormenhotel?
Zet de bakken op een beschutte plek uit de felle zon en regen. Een te warme bak droogt snel uit. Bij vorst hebben de wormen een vorstvrije plek nodig. Kies ook een vlakke ondergrond, zodat de stapel niet kan kantelen.
Leeg de opvangbak regelmatig en haal gevallen wormen terug naar de bedding. Wordt de inhoud erg nat of gaat die stinken, voeg dan versnipperd karton toe en geef tijdelijk minder voedsel. Zo blijft de constructie ook na het bouwen goed werken.