Een vogelhuisje maken doe je met onbehandelde houten planken, schroeven en een boor. Zaag een bodem, twee zijkanten, een voor- en achterkant en een dak. Maak een invliegopening in de voorkant en bevestig het dak zo dat je het huisje later kunt schoonmaken.
Met de maten hieronder bouw je een eenvoudige nestkast voor kleine tuinvogels, zoals mezen. Het schuine dak helpt om regenwater af te voeren.
Wat heb je nodig om een vogelhuisje te maken?
Kies bij voorkeur onbehandeld hout van ongeveer 1,5 centimeter dik. Oude planken zijn ook geschikt, zolang ze niet zijn geverfd of geïmpregneerd en er geen spijkers meer in zitten. Dun hout is minder geschikt, omdat het minder goed beschermt tegen kou en warmte.
- Houten planken, bij voorkeur minstens 15 centimeter breed
- Een zaag, potlood, liniaal of rolmaat en schuurpapier
- Een boormachine met een gatenzaag voor de invliegopening
- Een dunne houtboor voor de schroefgaten en afwateringsgaten
- Houtschroeven en een schroevendraaier
- Een scharnier voor het dak, of schroeven om het dak afneembaar te maken
- Een stevige lat of ander geschikt ophangmateriaal
Laat de binnenkant van het hout ruw. Zo kunnen jonge vogels makkelijker naar de opening klimmen. Schuur wel splinters en scherpe zaagranden weg.
Bouwtekening en afmetingen voor een vogelhuisje
De maten hieronder zijn een praktische richtlijn voor hout van ongeveer 1,5 centimeter dik. De voor- en achterkant komen tussen de zijkanten. De bodem past binnen de vier wanden.
| Onderdeel | Richtmaat | Aantal |
|---|---|---|
| Zijkant | 15 cm diep, schuin van 25 cm hoog aan de voorkant naar 30 cm aan de achterkant | 2 |
| Voorkant | 12 cm breed en ongeveer 25,5 cm hoog | 1 |
| Achterkant | 12 cm breed en ongeveer 29,5 cm hoog | 1 |
| Bodem | 12 bij 12 cm | 1 |
| Dak | Ongeveer 20 bij 22 cm | 1 |
Zaag eerst de zijkanten. Leg ze daarna langs de voor- en achterkant om de schuine bovenranden af te tekenen. Zaag die randen passend, zodat het dak goed op de wanden aansluit. Het dak steekt rondom uit en beschermt zo de opening en wanden tegen regen.
Een vogelhuisje maken in vijf stappen
- Zaag de onderdelen. Teken de maten af op het hout en zaag de planken op maat. Gebruik de eerste zijkant als voorbeeld voor de tweede. Schuur de scherpe randen en splinters weg.
- Maak de invliegopening. Boor de opening in het midden van de voorkant, met het midden van het gat op ongeveer 20 centimeter vanaf de onderkant. Voor een koolmees is een diameter van ongeveer 3,2 centimeter een bruikbare richtlijn. Schuur de rand van het gat glad.
- Maak gaten in de bodem. Boor enkele kleine gaten in de bodemplank. Daardoor kan vocht dat toch in het huisje komt weer weg.
- Schroef de kast in elkaar. Zet de voor- en achterkant tussen de zijkanten. Boor de schroefgaten eerst dun voor, zodat het hout minder snel splijt. Plaats de bodem tussen de wanden en schroef ook die vast.
- Bevestig het dak. Laat het dak rondom uitsteken. Zet het met een scharnier vast aan de achterkant, of gebruik schroeven die je later weer kunt losdraaien. Zorg dat het dak stevig sluit en niet kan opwaaien.
Maak geen zitstokje onder de opening. Vogels hebben dat niet nodig en het kan grotere vogels juist helpen om bij het nest te komen.
Welke invliegopening kies je?
De grootte van de opening bepaalt mede welke vogels de kast kunnen gebruiken. Voor kleine tuinvogels ligt de diameter meestal tussen 2,8 en 3,5 centimeter. Een gat van ongeveer 3,2 centimeter is geschikt als je een nestkast voor een koolmees wilt maken.
Een grotere opening lijkt misschien handig, maar maakt het ook makkelijker voor grotere vogels om binnen te komen. Maak het gat daarom niet groter dan nodig voor de vogel die je wilt helpen.
Waar hang je het zelfgemaakte vogelhuisje op?
Hang de kast op een rustige plek, minstens 2 meter boven de grond. Richt de opening bij voorkeur op het noordoosten, uit de felle zon en de meest voorkomende windrichting. Zorg dat vogels vrij naar binnen kunnen vliegen en dat katten niet gemakkelijk bij de opening kunnen komen.
Bevestig het huisje stevig, zodat het niet heen en weer slingert. Hang je meerdere nestkasten voor dezelfde soort op, geef ze dan ruimte: voor veel soorten is ongeveer 3 tot 10 meter tussen de kasten een bruikbare richtlijn.
Veelgestelde vragen over een vogelhuisje maken
Hoe krijg je vogels in een vogelhuisje?
Een rustige plek, een vrije aanvliegroute en een opening die bij de vogelsoort past, maken de kast aantrekkelijker. Vogels kiezen zelf of en wanneer ze de nestkast gebruiken. Leg er geen nestmateriaal in: dat verzamelen ze zelf.
Mag je een vogelhuisje verven?
Laat de binnenkant en de rand van de invliegopening onbehandeld. Wil je de buitenkant beschermen, gebruik dan een watergedragen product en laat het volledig drogen voordat je de kast ophangt.
Wanneer maak je de nestkast schoon?
Maak de kast in de herfst of aan het begin van de winter schoon. Haal oud nestmateriaal eruit en gebruik heet water, zonder chemische schoonmaakmiddelen. Laat de kast goed drogen voordat je het dak weer sluit.
Is het vogelhuisje eenmaal opgehangen, laat het dan tijdens het broeden met rust. Met een afneembaar dak kun je na het broedseizoen eenvoudig bij de binnenkant.