Een digitale waterpas meet hoe recht of schuin een oppervlak staat en toont de uitkomst op een display. Je leest bijvoorbeeld af of een plank horizontaal hangt of hoeveel afschot een oppervlak heeft. Anders dan bij een gewone waterpas zie je niet alleen óf iets recht ligt, maar ook hoeveel het afwijkt.
Voor een enkele eenvoudige klus is een digitale uitvoering niet altijd nodig. Meet je vaker hoeken of wil je een bepaalde helling aanhouden, dan is de getoonde meetwaarde handig.
Wat kun je aflezen op een digitale waterpas?
De meeste digitale waterpassen tonen een hoek in graden. Sommige modellen kunnen de helling ook weergeven als percentage. Een percentage is vooral handig als je een afschot wilt maken: bij een helling van 1% is het hoogteverschil ongeveer 1 centimeter per meter.
Bij veel modellen betekent 0° dat het meetvlak horizontaal ligt en 90° dat het verticaal staat. De weergave verschilt wel per apparaat. Sommige laten bijvoorbeeld zien hoeveel je nog van de horizontale of verticale stand af zit, in plaats van de volledige hoek.
Op het scherm kunnen pijlen aangeven welke kant je het gereedschap moet bewegen. Sommige digitale waterpassen geven ook een geluidssignaal wanneer ze de gewenste stand bereiken. Dat is handig als je het scherm niet goed kunt zien.
Zo meet je met een digitale waterpas
Een betrouwbare meting begint met een schoon meetvlak. Een zaagselkorrel of een uitstekende schroef kan ervoor zorgen dat de waterpas scheef ligt.
- Maak de onderkant van de waterpas en het oppervlak dat je meet schoon.
- Zet het apparaat aan en kies de gewenste weergave, bijvoorbeeld graden of procenten.
- Leg de waterpas vlak op het oppervlak, zonder op één kant te drukken.
- Wacht tot de waarde op het scherm niet meer verandert en lees de stand af.
- Pas het werkstuk aan en meet opnieuw op dezelfde plek.
Meet je een lange plank, neem dan ook op andere plekken een meting. Een digitale waterpas meet alleen het deel waarop hij rust. Een kromme plank kan daardoor op de ene plek recht liggen en op een andere plek afwijken.
Sommige apparaten hebben een functie om een eigen nulstand in te stellen. Daarmee meet je een hoek ten opzichte van een ander oppervlak, in plaats van ten opzichte van horizontaal. Zet die functie weer uit als je daarna een gewone horizontale meting wilt doen.
Waar let je op bij het kiezen?
De juiste digitale waterpas hangt vooral af van wat je wilt meten en hoeveel ruimte je hebt. Let bij de keuze op deze eigenschappen:
- Lengte: een lang model rust op een groter deel van het oppervlak. Een kort model past makkelijker in een kast of een andere kleine ruimte.
- Nauwkeurigheid: fabrikanten geven aan hoeveel de meting mag afwijken. Vergelijk die opgave bij de stand waarin je het apparaat wilt gebruiken, want de nauwkeurigheid kan per meetrichting verschillen.
- Scherm: een verlicht of meedraaiend display is prettig op donkere of lastig bereikbare plekken.
- Meeteenheden: graden zijn handig voor hoeken, een percentage voor afschot. Niet elk model toont beide.
- Bevestiging: een magnetische onderkant kan handig zijn op een stalen oppervlak. Op hout of kunststof werkt die bevestiging niet.
- Voeding: een digitaal model heeft batterijen of een accu nodig. Zonder stroom kun je het display niet gebruiken.
Een display met veel decimalen maakt een apparaat niet automatisch nauwkeuriger. Het aantal cijfers vertelt hoe fijn de waarde wordt weergegeven. De opgegeven meetnauwkeurigheid vertelt hoeveel de werkelijke hoek daarvan kan afwijken.
Digitale of gewone waterpas?
Een digitale uitvoering is vooral nuttig als je een hoek wilt overnemen of een bepaalde helling wilt instellen. Je hoeft dan niet zelf te schatten hoeveel een oppervlak afwijkt. Voor het recht hangen van een eenvoudige plank kan een gewone waterpas voldoende zijn.
Een nadeel van een digitaal model is dat het afhankelijk is van stroom. Ook kan een meting verkeerd uitpakken als het apparaat niet goed is ingesteld of moet worden gekalibreerd. Sommige digitale modellen hebben naast het scherm ook luchtbellen. Die blijven afleesbaar als de batterij leeg is.
Een digitale waterpas met laser is niet hetzelfde als een los model dat alleen een hoek op het display toont. Bij een model met laser kun je een lijn of punt projecteren, maar die functie is niet op elke digitale waterpas aanwezig.
De meting controleren en kalibreren
Laat je de waterpas vallen of twijfel je aan de uitkomst, dan kun je de meting eenvoudig controleren. Leg het apparaat op een stabiel oppervlak en stel dat oppervlak zo af dat het display horizontaal aangeeft. Draai de waterpas daarna in het horizontale vlak om, zodat de uiteinden van plaats wisselen, en leg hem op dezelfde plek terug. Geeft hij opnieuw horizontaal aan, dan komt de meting in beide richtingen overeen.
Zie je een duidelijke afwijking, maak dan eerst beide meetvlakken schoon en herhaal de proef. Blijft het verschil bestaan, dan kan kalibreren nodig zijn. Daarbij stelt het apparaat zijn referentie opnieuw in. De stappen verschillen per model, dus gebruik hiervoor de handleiding. Meet na het kalibreren opnieuw in beide richtingen.
Veelgestelde vragen over de digitale waterpas
Is een digitale waterpas altijd nauwkeuriger?
Nee. Een digitaal scherm maakt de waarde gemakkelijk afleesbaar, maar zegt op zichzelf niets over de nauwkeurigheid. Die hangt af van het apparaat, de afstelling en de manier waarop je meet.
Kan een digitale waterpas ook verticaal meten?
Veel modellen kunnen dat. Houd de daarvoor bedoelde meetzijde vlak tegen het oppervlak en lees de verticale stand af. De weergave kan per model verschillen.
Kun je een hoek bewaren?
Bij sommige modellen kun je een meetwaarde vasthouden of een eigen nulstand kiezen. Dat is handig wanneer je de waterpas moet verplaatsen om het scherm te kunnen lezen of een hoek wilt vergelijken.
Voor de meeste thuisklussen is vooral een goed afleesbaar scherm en een passende lengte prettig. Gebruik je vaak afschot of werk je in een kleine ruimte, kies dan een digitale waterpas met de juiste meeteenheid en een formaat dat op je werkstuk past.