Een bijenkast maken met een bouwtekening begint bij de raampjes: kies eerst een kastmodel en neem de binnenmaten en bijenruimte over van een passende tekening. Een houten spaarkast met simplex-raampjes is een praktische keuze, omdat onderdelen voor dit model goed verkrijgbaar zijn.
Hieronder vind je een bouwopzet voor de kastbak en de stappen om bodem en dak te maken. Gebruik voor de exacte maatvoering van de raampjes, oplegranden en bodem een genormaliseerde spaarkasttekening. Kleine afwijkingen kunnen ervoor zorgen dat de bijen onderdelen aan elkaar vastkitten.
Bouwtekening voor een bijenkast maken: de kastbak
De broedkamer is de bak waarin de raampjes hangen. Bij een veelgebruikte houten spaarkast is de binnenbreedte van de voorkant 385 mm. Een wanddikte van 18 mm komt bij dit model voor. Zaag de onderdelen pas als je ook de diepte en hoogte van jouw tekening hebt overgenomen.
Met de voor- en achterwand over de uiteinden van de zijwanden ziet de zaaglijst voor één bak er zo uit:
- Voorwand: 421 mm breed en zo hoog als op de tekening.
- Achterwand: 421 mm breed en even hoog als de voorwand.
- Twee zijwanden: even lang als de binnenmaat van de kast en even hoog als de voorwand.
De buitenbreedte wordt 421 mm: de binnenbreedte van 385 mm plus twee wanden van 18 mm. De buitenmaat van voor naar achter is de lengte van een zijwand plus 36 mm voor de voor- en achterwand. De genoemde breedte alleen maakt de bak nog niet uitwisselbaar met andere kastonderdelen: ook de overige maten en oplegranden moeten overeenkomen.
Dit heb je nodig voor de bijenkast
- Droog, onbehandeld hout voor de bakken en de bodem.
- Schroeven en houtlijm die geschikt zijn voor buitengebruik.
- Raampjes en eventueel afstandstrips die bij de gekozen spaarkasttekening passen.
- Fijn gaas voor een geventileerde bodem en een uitneembare lade daaronder.
- Hout voor een afdekplaat en een overstekend dak, met waterdichte dakbedekking.
- Een zaag, boormachine, schroevendraaier, meetgereedschap en schuurpapier.
Grenen is goed te bewerken. Hergebruikt hout kan ook, maar gebruik geen hout met onbekende verf of behandeling aan de binnenkant. Koop de raampjes voordat je zaagt, zodat je ze tijdens het bouwen kunt passen.
Zo zet je de bijenkast in elkaar
- Zaag de bakdelen. Neem de hoogte en diepte over van de gekozen tekening. Teken ook de plaatsen af waar de raampjes komen te hangen.
- Maak de oplegranden. Frees of zaag de randen volgens de tekening, of bevestig passende draagstrips. De raampjes moeten recht hangen en uitneembaar blijven.
- Monteer de bak. Lijm en schroef de wanden aan elkaar. Boor de schroefgaten voor en meet de diagonalen om te zien of de bak haaks is.
- Maak de bodem. Bouw een bodem die op de bak aansluit, met een vliegopening aan de voorkant. Een gaasbodem met uitneembare lade maakt controle en schoonmaken makkelijker. Laat de vliegplank iets naar buiten aflopen, zodat regenwater niet de kast in loopt.
- Maak de afdekplaat en het dak. De afdekplaat ligt onder het afneembare dak. Laat het dak rondom oversteken en werk de bovenkant waterdicht af. Voeg eventueel handvatten aan de bak toe.
Let op de ruimte rond de raampjes
De bijenruimte is de doorgang die bijen tussen onderdelen nodig hebben. Die is meestal ongeveer 6 tot 9 mm. Een te kleine opening kitten ze vaak dicht; in een te grote opening kunnen ze extra raat bouwen. Neem daarom de afstanden uit één tekening over, in plaats van verschillende modellen te combineren.
Schuur splinters weg en werk alleen de buitenkant af met een geschikte buitenbeits of verf. Een bijenkast is bedoeld voor een honingbijenvolk dat verzorging nodig heeft. Pas de lege raampjes, bodem en afdekplaat eerst droog in elkaar voordat je de kast buiten in gebruik neemt.