EPS pluggen zijn er voor twee verschillende klussen: EPS-isolatieplaten aan een muur bevestigen en lichte spullen aan een bestaande EPS-plaat ophangen. Voor een isolatieplaat gebruik je meestal een plug met een brede schotel. Voor een licht voorwerp gebruik je een isolatiemateriaalplug die zich in het EPS vastdraait.
Het verschil is belangrijk. Een schotelplug verankert zich in de muur achter de plaat. Een isolatiemateriaalplug haalt zijn houvast juist uit het piepschuim zelf en heeft daardoor een beperktere draagkracht.
Welke EPS pluggen heb je nodig?
Wil je EPS-platen vastzetten op een muur van bijvoorbeeld baksteen of beton? Dan heb je isolatiepluggen nodig die geschikt zijn voor zowel EPS als de muur erachter. De brede schotel verdeelt de druk over de plaat, zodat de plug niet zomaar door het zachte materiaal trekt.
Er zijn uitvoeringen met een pen die je inslaat en uitvoeringen die je vastschroeft. Welke geschikt is, hangt af van de ondergrond en het isolatiesysteem. Bij sommige systemen worden de platen eerst gelijmd en daarna met pluggen extra vastgezet. De pluggen vervangen de lijm niet automatisch.
Wil je juist een licht voorwerp, zoals een klein naamplaatje, op een bestaande EPS-laag bevestigen? Dan is een spiraalvormige isolatiemateriaalplug een optie. Die draai je in het isolatiemateriaal, waarna je het voorwerp met een passende schroef bevestigt. De plug hoeft daarbij niet in de muur achter de isolatie te komen.
De juiste lengte voor een isolatieplaat
Een schotelplug moet door de EPS-plaat en diep genoeg in de muur achter de plaat komen. Tel voor de benodigde lengte daarom de plaatdikte, een eventuele lijm- of pleisterlaag en de vereiste verankeringsdiepte in de muur bij elkaar op. Die verankeringsdiepte verschilt per plug en ondergrond.
Een plug van 100 mm is dus niet automatisch geschikt voor een EPS-plaat van 100 mm. In dat geval blijft er geen lengte over om de plug in de muur vast te zetten. Er zijn isolatiepluggen in verschillende lengtes, waaronder langere uitvoeringen voor dikke isolatieplaten.
Ook de ondergrond telt mee. Een plug die geschikt is voor baksteen, is niet vanzelf geschikt voor elke andere muur. Staat de toepassing niet bij het product vermeld, kies dan een plug waarvan de geschiktheid wel duidelijk is.
EPS-platen bevestigen met schotelpluggen
De precieze plaatsing en het aantal pluggen hangen af van het isolatiesysteem, de ondergrond en de belasting op de gevel. Volg daarvoor de instructies van de fabrikant. Zo voorkom je dat een plaat te weinig houvast krijgt of beschadigt.
- Breng de EPS-platen op hun plaats aan. Gebruik lijm als het gekozen systeem dat voorschrijft.
- Boor door de plaat in de muur, met de boordiameter en boordiepte die bij de plug horen.
- Verwijder boorstof uit het gat en steek de plug door de plaat in de muur.
- Sla of schroef de pen vast, afhankelijk van het type plug. De schotel moet de plaat vasthouden zonder het EPS sterk in te drukken.
Voor sommige schroefpluggen bestaan EPS-afdekschijven. Die vullen een verzonken opening boven de plug op. Gebruik ze alleen als ze bij de plug en de afwerking passen.
Iets ophangen aan EPS
Een isolatiemateriaalplug kan handig zijn voor een licht voorwerp, maar EPS is zacht. Een zware lamp, zonnescherm of ander voorwerp dat trekt aan de bevestiging hoort daarom niet alleen aan het isolatiemateriaal te hangen. Daarvoor is een bevestiging nodig die in de stevige muur achter de isolatie verankert.
Draai een plug voor lichte spullen rustig in het EPS. Te ver doordraaien kan het materiaal beschadigen en de grip verminderen. Bij een buitengevel moet de aansluiting ook passen bij de gevelafwerking, zodat er geen open plek ontstaat waar water in kan komen.
Begin bij EPS pluggen dus met de vraag wat je vastzet: de isolatieplaat zelf of een voorwerp op de plaat. Dat bepaalt of de plug in de muur moet verankeren of juist houvast zoekt in het EPS.