Vals verstek zagen betekent dat je de zaaghoek aanpast aan een hoek die niet precies 90 graden is. Meet de hoek tussen de muren, deel de aansluiting passend in en zaag beide delen in de juiste richting. Bij plinten van gelijke breedte krijgen de twee zaagsneden meestal dezelfde instelling.
De zaaghoek bij vals verstek berekenen
Meet eerst de hoek tussen de muren waar de twee delen komen. Dat kan met een hoekmeter of met een zwaaihaak, een verstelbaar hulpmiddel waarmee je een hoek overneemt. Zet de hoek daarna eventueel over op papier om hem met een gradenboog te meten.
Voor twee even brede delen bij een binnenhoek bereken je de instelling van een afkortzaag zo: trek de gemeten hoek af van 180 graden en deel de uitkomst door twee. De instelling is de afwijking ten opzichte van een rechte zaagsnede.
- Bij een hoek van 90 graden: (180 – 90) / 2 = 45 graden per deel.
- Bij een hoek van 88 graden: (180 – 88) / 2 = 46 graden per deel.
- Bij een hoek van 120 graden: (180 – 120) / 2 = 30 graden per deel.
De zaaginstelling is dus niet altijd simpelweg de helft van de gemeten muurhoek. Controleer ook hoe de schaal op jouw zaag is aangeduid: bij veel afkortzagen staat een rechte zaagsnede op 0 graden.
Vals verstek zagen in vijf stappen
- Meet de hoek op de plek waar de plinten of latten komen. Een muur kan verderop een andere hoek hebben.
- Bereken de zaaginstelling of teken de gemeten hoek op papier en trek de deellijn. Die lijn verdeelt de hoek in twee gelijke delen.
- Leg de delen in gedachten tegen de muur en teken op beide de richting van de schuine snede. Zo voorkom je dat je een van de uiteinden de verkeerde kant op zaagt.
- Zaag eerst twee korte proefstukken. Zet de zaag bij het tweede stuk in de tegenovergestelde richting, zodat de uiteinden op elkaar aansluiten.
- Houd de proefstukken op hun plaats. Is de voeg netjes, zaag dan de echte delen. Laat ze bij twijfel eerst iets te lang en werk ze na het passen bij.
Gebruik een scherp zaagblad en zet het materiaal stevig vast. Houd je handen uit de buurt van het blad en draag een veiligheidsbril.
Binnenhoek en buitenhoek: let op de zaagrichting
Bij een binnenhoek zitten de muren naar elkaar toe. Bij een buitenhoek lopen ze om een uitstekende hoek heen. De schuine uiteinden wijzen daardoor anders. Markeer daarom vóór het zagen welke kant van de plint zichtbaar blijft en waar de lange punt moet komen.
Bij een buitenhoek is die lange punt extra kwetsbaar. Laat de zaag rustig door het materiaal gaan en pas op dat je de punt niet afbreekt bij het passen.
Wat als de delen niet netjes aansluiten?
Een kier aan de voorkant en een gesloten voeg aan de achterkant betekenen dat de zaaghoek niet goed aansluit op de situatie. Pas de instelling een klein beetje aan en maak opnieuw een proefstuk. Let ook op of de plinten tijdens het meten en passen vlak tegen de muur staan.
Zijn de delen niet even breed of hebben ze een verschillend profiel, dan levert twee keer dezelfde instelling niet altijd een nette aansluiting op. Teken de aansluiting dan op ware grootte uit en neem de zaaglijn per deel over. Met proefstukken zie je snel of de punten en zichtbare randen goed bij elkaar komen.