Vloerverwarming in beton storten kan door verwarmingsbuizen vast te zetten voordat het beton wordt aangebracht. De buizen komen dan in de vloer te liggen en geven hun warmte af aan het beton. Een goede voorbereiding is belangrijk: na het storten zijn de leidingen lastig te bereiken.
Bij deze aanpak gaat het meestal om watergedragen vloerverwarming. Stem de plaats van de buizen, de isolatie en de dikte van de betonvloer vooraf af met de installateur en degene die de vloer stort.
Vloerverwarming in beton storten of in een dekvloer leggen?
Je kunt verwarmingsbuizen direct in een nieuwe betonvloer opnemen, maar ook in een dekvloer boven op een bestaande betonvloer. Een dekvloer is de laag die de vloer geschikt maakt voor de uiteindelijke afwerking. Die laag kan bijvoorbeeld uit zandcement bestaan.
Buizen in een dikke betonvloer warmen doorgaans langzamer op en koelen ook langzamer af. Dat kan prettig zijn als je een gelijkmatige temperatuur wilt, maar minder handig als je de kamer snel wilt verwarmen. Bij een dekvloer liggen de buizen vaak dichter bij het oppervlak, waardoor de vloer sneller kan reageren.
De opbouw van de vloer
Bij een nieuwe vloer op de begane grond ligt onder de betonvloer vaak een laag drukvaste isolatie. Die beperkt het warmteverlies naar de grond. Afhankelijk van de constructie komt er ook folie in de vloeropbouw om vocht tegen te houden. De juiste plaats van de folie hangt af van de situatie.
De buizen worden volgens een legplan op hun plek gebracht, bijvoorbeeld met bevestigingsmateriaal aan een wapeningsnet. Dat is het stalen net dat het beton versterkt. De vloer moet ook geschikt blijven om de belasting te dragen. Laat daarom bij een constructieve vloer de plaats van de wapening en leidingen bepalen door een deskundige.
Zo bereid je de leidingen voor op het storten
- Maak een legplan. Bepaal waar de verwarmingsgroepen en de verdeler komen. Leg leidingen niet willekeurig onder plekken waar later in de vloer wordt geboord.
- Bevestig de buizen stevig. Ze mogen tijdens het storten niet verschuiven of omhoogkomen. Voorkom ook scherpe knikken.
- Bescherm kwetsbare plekken. Geef leidingen bij doorgangen en voegen de bescherming die bij het systeem hoort. Een beschermbuis helpt daar schade door beweging te voorkomen.
- Test op lekkage. Laat de installatie vóór het storten op druk beproeven. Volg voor de test en de druk tijdens het storten de instructies van de leverancier.
- Leg de ligging vast. Maak foto’s en bewaar het legplan. Dat helpt wanneer je later iets aan de vloer wilt bevestigen.
Werk tijdens het storten voorzichtig rond de leidingen. Beschadig ze niet met gereedschap en zorg dat het beton goed om de buizen heen komt. De benodigde dekking boven de buizen hangt af van de vloerconstructie en het systeem.
Wanneer mag de vloerverwarming aan?
Een pas gestorte betonvloer moet eerst voldoende uitharden. Zet de verwarming niet direct aan om het drogen te versnellen: te snelle opwarming kan spanningen en scheuren veroorzaken. Daarna wordt de watertemperatuur geleidelijk verhoogd volgens het opstookprotocol van de vloer en de installatie.
Uitharden is niet hetzelfde als volledig drogen. Komt er nog een vloerafwerking over het beton, dan moet de vloer ook droog genoeg zijn voor die afwerking. Een vochtmeting geeft daar duidelijkheid over.
Wil je vloerverwarming in beton storten, zorg dan dat het legplan, de druktest en de vloeropbouw klaar zijn voordat de betonwagen komt. Een fout in een ingestorte leiding is achteraf veel lastiger te herstellen.