Een vochtwerende folie onder je vloer legt een dampdichte laag tussen de ondergrond en je vloerbedekking, zodat vocht vanuit de grond of kruipruimte niet omhoog trekt. Dat klinkt simpel, maar of je zo’n folie nodig hebt en welke je dan kiest, hangt sterk af van je situatie. Op een beganegrondvloer boven een kruipruimte of een betonnen plaat op de grond is vochtwerende folie vaak een slimme keuze. Op een verdiepingsvloer heeft het nauwelijks zin.
Wanneer heeft een vochtwerende folie voor je vloer echt zin?
Vocht in een vloer komt bijna altijd van onderaf. Op de begane grond trekt vocht op vanuit de bodem of kruipruimte, zeker in oudere woningen zonder goede dampremmende laag in de constructie. Een PVC-vloer, laminaat of parket reageert gevoelig op dat vocht: kieren, bobbels of verkleuring zijn het gevolg. Op een betonvloer op de begane grond is de kans het grootst dat er vochtdamp omhoog komt, ook als de vloer “droog” aanvoelt.
Op een verdiepingsvloer van hout of beton ligt dat anders. Daar heeft een dampdichte folie weinig toegevoegde waarde, omdat de vochtstroom van de grond al op afstand is. Gebruik de folie dus alleen als er een reëel vochtrisico van onderaf is.
Welke vochtwerende folie kies je voor welke vloer?
Er zijn grofweg twee soorten folie: dampremmer en dampdichte folie. Een dampremmer vertraagt de doorgang van waterdamp, maar sluit niet volledig af. Een dampdichte folie (ook wel PE-folie of polyethyleenfolie) blokkeert de vochtdamp zo goed als volledig. Voor een vloer boven een kruipruimte of op de grond is dampdichte folie de betere keuze.
Kies voor PE-folie van minimaal 0,20 mm dikte (200 micron). Dunner materiaal scheurt sneller tijdens het leggen en sluit minder goed af. In bouwmarkten vind je rollen van dit formaat standaard; je betaalt naar schatting rond 0,50 tot 1,00 euro per vierkante meter in 2025, afhankelijk van dikte en merk. Sommige PVC-vloerleveranciers leveren een speciale ondervloer met geïntegreerde vochtbarrière; die combineert de vochtwering met de ondervloerfunctie in één laag.
Zo leg je de folie correct
Leggen doe je voor het plaatsen van de ondervloer of vloerbedekking. Ga als volgt te werk:
- Maak de ondergrond schoon en vlak. Oneffenheden groter dan 3 mm laten de folie kreuken, wat voor luchtbellen zorgt.
- Rol de folie uit over de hele vloeroppervlakte. Laat aan de randen minstens 10 cm omhoog lopen langs de wanden.
- Overlap de banen minstens 20 cm. Plak de overlappen dicht met speciale dampsluitingstape, geen gewoon schilderstape.
- Plak ook de opstaande randen langs de wand af. Dit voorkomt dat vocht via de zijkant toch binnendringt.
- Leg daarna pas de ondervloer en vloerbedekking.
Let op: de folie is een tijdelijke oplossing als de ondergrond nog echt nat is of als er sprake is van capillaire opstijging. In dat geval is de vochtproblematie in de constructie zelf het echte probleem, en lost folie het alleen tijdelijk op.
Wat als de betonvloer te vochtig is voor PVC?
PVC-fabrikanten stellen een vochtgrens aan de betonvloer, meestal uitgedrukt als relatieve vochtigheid van maximaal 75 tot 85% in de vloer, gemeten met een vochtmeter. Ligt de waarde hoger, dan plakt lijm niet goed en kunnen zwevend gelegde PVC-planken omhoog komen. Vochtmeting doe je met een carbidmeter of een digitale vochtmeter die je in het beton prikt. Meet je te hoge waarden, dan heeft folie tijdelijk zin, maar overweeg dan ook een epoxy vochtsluis of drainage om de oorzaak aan te pakken.
Een vochtwerende folie is een betaalbare en eenvoudige maatregel, maar werkt alleen als je hem zorgvuldig legt en de naden goed afplakt. Doe je dat half, dan sijpelt vocht toch langs de randen of via ongeplakte overlappen naar boven. De meerkosten van goede tape en een paar extra minuten werk wegen ruim op tegen een vloer die na twee jaar begint te bobbelen.